Voor u gelezen

Op deze pagina vind u diverse interessante artikelen welke ook voor u van belang kunnen zijn.

Versterk je ademsteunAantekeningen maken
Met toestemming overgenomen uit het magazine Vocaal 2/2019 van de KCZB – Voorschoten (www.kczb.nl).

VERSTERK JE ADEMSTEUN door Sheila Conolly
Vreemde ideeën
lk heb de meest vreemde ideeën gehoord over de correcte ademsteun voor de stem. Ik had zelfs een leerling die een workshop volgde waar gezegd werd dat je bijna geen adem nodig hebt om te zingen. Wat zou Cristina Deutekom gelachen hebben. Jongens en meisjes: we zijn toch een blaasinstrument!!!
Waar bevindt zich de ademsteun?
In de torso. De ademsteun is de gehele ribbenkast, inclusief de rug. Het werkt alleen wanneer er volledig ingeademd is, anders zijn de intercostale spieren, de spieren tussen de ribbenkast, te zacht voor een goede ondersteuning. Het is mogelijk om een extra 2 a 3 seconden langer te zingen op de ribbenkast, zelfs wanneer de adem op is.
Waar bevindt zich de ademsteun NIET?
In de buik Wij ademen niet onder de navel (daar zijn de longen niet!) Wij ondersteunen de stem dus ook niet onder de navel. Ademsteun is ook niet alleen spierkracht (daar krijg je te veel spanning van) maar een combinatie van adem en spierkracht.
Hoe kan ik mijn ademsteun sterker maken?
Voornamelijk door regelmatig te oefenen en de volgende oefeningen kunnen daarbij helpen.
Oefening 1 Ga rechtop op de rand van een harde stoel zitten. Adem “gapend” in door de mond. Op het moment dat je longen vol zijn, voel je ook dat de ribbenkast goed openstaat.Tel HARDOP (Een, twee, drie ……. ) Eerst lopen de longen leeg en daarna zakt de ribbenkast. Herhaal drie keer en te! zolang mogelijk. Voorzichtig! Ga zolang door als redelijk haalbaar is maar ga niet door als het pijn doet of als je duizelig wordt!
Oefening 2 Adem weer gapend in via de mond tot de longen vol zijn en je voelt dat de ribbenkast compleet openstaat. Zing een “Ah”- klank en laat de ribbenkast de klank ”dragen” tot de adem op is. De ribbenkast houdt de controle over de klank. Herhaal, maar gebruik nu de ribbenkast om harder en zachter te zingen in de tijd.
TIP! Adem altijd diep in, anders maak je de intercostale spieren tussen de ribben niet actief.
Oefening 3 Pas de volgende oefeningen aan qua stemsoort. Begin op een hoogte die bij je stem past: dus niet te hoog of te laag. Voor de beste resultaten herhaal je alle oefeningen tenminste 1 keer per dag. Succes!

Met toestemming overgenomen uit het magazine Vocaal 2/2019 van de KCZB – Voorschoten (www.kczb.nl).

Tekst: Edith Boeker
Foto’s: Jan Westerhof en Edith Boeker

AANTEKENINGEN MAKEN IN JE BLADMUZIEK
“Je kan het ze honderd keer vertellen,” klaagt een dirigent ter redactie. “Ze knikken braaf, en daarna doen ze het weer net zo. ”Vermaledijde koor- zangers, waarom tekenen ze het niet even aan?”

Tja, waarom niet? Er zijn natuurlijk zangers op wie alle aanwijzingen afglijden als water van een eend. ‘Koormappen met ieder vel in een plastic hoesje,” moppert een dirigent. “Als ik dat zie dan weet Ik het wel.” Maar er zijn ook velen die weldegelijk aantekenen. Alleen, zo simpel is dat nog niet. Tenslotte heeft niet iedereen op de koorschool gezeten. Hoe redden de oplettende koorzangers van Nederland zich eigenlijk hiermee? En heeft er nog iemand een gouden tip?

Voor dit artikel legden wij ons oor te luisteren bij twee koren waar je je om zo te zeggen zonder potlood niet kunt vertonen. Bij het Groningse Choral Voices repeteren ze vanavond Langlais, een lastig stuk dat later dit jaar in Londen moet gaan klinken. Het koor bestaat veertig jaar, en waar kan je dan beter naartoe dan Westminster Abbey? De sopranen zijn het eerste aan de beurt. “Kijk,” zegt dirigent Daniel Rouwkema, “die kwint met de alten hier, die moet je echt laten oplichten.” Hoe noteer je dat? Veel tijd om na te denken is er niet. Iemand te kent een zonnetje. Een tenor zegt dat hij ook wel eens een smiley gebruikt. Want: “als ik er vrolijk blij kijk klinkt het ook helder.” Bij iets wat krachtig gezongen moet worden tekent hij een ‘spierballenarmpje.’ Voor ‘twang’ een neusje. Aantekenen is hier een serieuze zaak. Zozeer zelfs, dat wanneer de muziek, die collectief eigendom is van het koor, weer wordt ingenomen, ieder zijn naam erop zet. Zo krijg je, wanneer een stuk weer wordt gezongen, je eigen bladmuziek terug. Met je eigen aantekeningen, waar niemand anders een touw aan vast kan knopen. Wat moet je bijvoorbeeld denken van een eendenkopje met opengesperde snavel? Dat betekent: op deze noot krachtig inzetten, meteen terugnemen en dan weer crescendo,” legt de bedenkster uit. Kenners noteren het als: SFZ. Sforzando.

Vijftien kilometer verderop repeteert Edwin Velvis met zijn kamerkoor Northern Voices. Ook hier worden de nodige potloden versleten. Niet in de laatste plaats door Velvis zelf, die er luid de maat mee tikt bij ritmisch lastige passages. Het koor is net terug van een concertreis naar Engeland en werkt nu aan Passereau’s ’ll est bel et bon,’ met een refrein van door elkaar kakelende kippen. Menig zanger raakt er het spoor bijster.

Maar er zijn ook creatieve oplossingen. “Vooral hij muziek met maatwisselin- gen teken ik strakke streepjes boven de maten,” vertelt een sopraan.“ Dan zie ik meteen voor hoeveel tellen de noot staat.” Ze doet dat ook bij snelle loopjes met overgebonden noten. Een van de alten ontwikkelde een volstrekt eigen puntensysteem waarmee tempowisselingen en snelle loopjes in een oogopslag inzichtelijk zijn. “Edwin legt wel uit hoe je dan moet tellen maar dat is mij veel te ingewikkeld,” zegt ze‚ ”lk gebruik mijn eigen muziekbraille.” Een buurvrouw geeft met streepjes en boogjes als bij een gedicht aan, wat nadruk krijgt en wat niet. Een groot oor over 4 notenbalken heen markeert een plek waar je goed moet luisteren naar de samenklank. “Laat je kaak zakken” is vertaald in een profiel met afhangende onderkaak, over de muziek heen getekend.
Maar de meeste mensen nemen toch hun toevlucht tot tekst, vooral als het gaat om de sfeer van de muziek “Met name ‘emotiewoorden,’ zoals: huppelen, geheimzinnig, ingehouden en dergelijke,” verklaart eerdergenoemde sopraan, Bij het openingskoor van de Matthäus noteert iemand: “doorzichtig! Artìculeren, helpt om lichter te zingen. Glans, souplesse.” Erg mooi is ook, bij een ‘Lux Aeterna‘ de hartekreet: “geen TL—buis maar het eeuwig licht.’ “

“Het koor is een spiegel voor de dirigent,” zegt Daniel Rouwkema. “Je moet dingen soms een paar keer op verschillende manieren zeggen, voordat het blijft hangen.” Die TL-buis heeft duidelijk een snaar geraakt. Maar het wordt wel vol op de bladzijde, met al die uitroepen erbij? “Ach,” relativeert hij, “in het begin schrijf je nog heel veel op. Alsje langer op een koor zit, weetje van veel dingen al: zo doen we dat hier. Dan noteerje alleen nog frasering en intonatie, en opmerkingen over de klankkleur. Met een uitroepteken bij de lastige passages.”
Zou het? Hoe langerje repeteert, hoe voller zo’n pagina wordt, lijkt het. Met het gevaar dat je nooit meer opkijkt uit je koormap. Maar nee, zegt Edwin Velvis: “die aantekeningen zijn slechts een hulpmiddel bij het instuderen. Om de muziek te verinnerlijken. Die tekst ken je op een gegeven moment ook wel.” Hij spreekt van de ‘twee-secondenregeling”. af en toe kijkje nog even. Maar uiteindelijk is het boek niet waar je moet zijn.
“De Duitsers zijn er helder over. Wat wij ’je muziek’ noemen heet bij hen ’die Noten.’ In je boek vind je de noten. Muziek máák je.”